ECLI:NL:CRVB:2016:581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering AIO wegens niet gemelde onroerende zaken en bewijslastverdeling
Betrokkene ontving vanaf 1999 een AIO-aanvulling naast zijn AOW-pensioen. In 2011 meldde hij het bezit van een woning in Kaapverdië, waarna de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de AIO-aanvulling introk en terugvorderde wegens overschrijding van het vrij te laten vermogen. Betrokkene leverde een taxatierapport over de woningwaarde in 2013, maar de rechtbank oordeelde dat de SVB onvoldoende onderzoek had verricht naar de waardeontwikkeling sinds 1999 en gaf de SVB de mogelijkheid dit te herstellen.
De SVB nam een nader besluit waarin zij stelde dat betrokkene de inlichtingenplicht had geschonden en dat het aan betrokkene was om de waardeontwikkeling aannemelijk te maken. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het nader besluit gegrond en vernietigde het besluit. In hoger beroep stelde de SVB dat de bewijslast bij betrokkene ligt en dat hij onvoldoende inzicht had gegeven in de waardeontwikkeling.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat betrokkene de inlichtingenplicht heeft geschonden door het bezit van onroerende zaken niet tijdig te melden en dat volgens vaste rechtspraak de bewijslast voor de waardeontwikkeling bij betrokkene ligt. Omdat betrokkene dit niet aannemelijk had gemaakt, werd het beroep tegen het nader besluit ongegrond verklaard en werden de eerdere uitspraken vernietigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het nader besluit wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken worden vernietigd.