Uitspraak
BESLISSING
Centrale Raad van Beroep aan appellante wordt terugbetaald.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante stelde verzet in tegen de beslissing van de Centrale Raad van Beroep die haar hoger beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Het griffierecht werd echter op 2 juni 2015 alsnog betaald.
De gemachtigde van appellante voerde aan dat er sprake was van samenhang met een ander hoger beroep dat bij de Raad aanhangig was, waardoor slechts één keer griffierecht geheven zou moeten worden. De Raad verwierp dit verweer omdat op het moment van het instellen van het hoger beroep en aan het einde van de betalingstermijn nog geen andere zaak aanhangig was, zodat er geen samenhang in de zin van artikel 8:41, derde lid, Awb bestond.
De Raad verklaarde het verzet ongegrond en bepaalde dat het griffierecht van €122,- dat in hoger beroep was betaald, door de griffier aan appellante wordt terugbetaald. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee bevestigde de Raad de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en corrigeerde zij de financiële afwikkeling van het griffierecht.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.