Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 123,- door de griffier van de
Centrale Raad van Beroep aan appellante wordt terugbetaald.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft appellante verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift. Het verzet werd behandeld op 3 februari 2016, waarbij appellante werd bijgestaan door haar gemachtigde.
De Raad overwoog dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend en dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. Het verzetschrift was pas na de uiterste termijn ingediend, waardoor het verzet niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De Raad besloot het in hoger beroep betaalde griffierecht terug te betalen aan appellante en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons en griffier N. Talhaoui op 17 februari 2016.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.