ECLI:NL:CRVB:2016:5127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering wegens geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellante was wegens psychische klachten arbeidsongeschikt en ontving een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling stelde een verzekeringsarts een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op met beperkingen. De arbeidsdeskundige selecteerde daarop passende functies waarvan het loon ongeveer 5% lager lag dan het maatmaninkomen.
Het UWV besloot de WGA-uitkering te beëindigen, wat door appellante werd bestreden. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend waren, mede omdat de arbeidsdeskundigen en verzekeringsartsen de beperkingen en belastende factoren goed hadden toegelicht.
In hoger beroep voerde appellante aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar medische beperkingen en dat zij slechts in een vertrouwde omgeving kon werken. De Raad concludeerde echter dat de medische gegevens en rapporten van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen dit niet ondersteunen. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
De Raad bevestigde het oordeel dat appellante medisch geschikt is voor de geselecteerde functies en dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag berust. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WGA-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WGA-uitkering bevestigd.