ECLI:NL:CRVB:2016:5085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging mate arbeidsongeschiktheid en zorgvuldigheid medisch onderzoek in WIA-uitkering
Appellante, werkzaam als leidster in de kinderopvang, viel in 2004 uit vanwege vermoeidheidsklachten en knieproblemen. Na diverse medische onderzoeken en arbeidskundige beoordelingen werd haar mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld en aangepast, met een vervolguitkering op grond van de WIA.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid ongegrond, omdat het medisch onderzoek en de arbeidskundige onderbouwing zorgvuldig en juist waren uitgevoerd. Appellante stelde in hoger beroep dat zij meer beperkt was dan aangenomen, onderbouwd met medische gegevens van behandelend specialisten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek niet onzorgvuldig was en de verzekeringsarts bezwaar en beroep terecht de belastbaarheid van appellante heeft vastgesteld. De aanvullende medische gegevens dateren van na de datum in geding en leiden niet tot een andere conclusie. Ook de arbeidsdeskundige rapportage bevestigt dat de functies geschikt zijn voor appellante.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 51,34% en het bestreden besluit.