ECLI:NL:CRVB:2016:5039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, een jonggehandicapte uitkeringsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor een woonkostentoeslag omdat haar huur boven de huurtoeslaggrens lag. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten niet uit bijzondere omstandigheden voortvloeien. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij zich had ingespannen om binnen de geldigheidsduur van haar urgentieverklaring een woning onder de huurtoeslaggrens te vinden, maar dat deze niet beschikbaar waren. Ook stelde zij niet op de hoogte te zijn geweest van de mogelijkheid tot bemiddeling na afloop van de urgentieverklaring.
De Raad oordeelde dat appellante wist dat zij geen recht had op huurtoeslag en dat zij onvoldoende objectieve gegevens had geleverd ter onderbouwing van haar inspanningen. Daarnaast was zij op de hoogte gesteld van bemiddelingsmogelijkheden, en het ontbreken van contact met de gemeente lag op haar weg. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen ondubbelzinnige toezeggingen waren en de stellingen niet waren onderbouwd.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag wordt bevestigd.