ECLI:NL:CRVB:2016:4995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WGA-loonaanvullingsuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft bij het UWV een WGA-loonaanvullingsuitkering ontvangen vanwege arbeidsongeschiktheid, welke per 1 oktober 2015 werd beëindigd na een herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheidspercentage. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van verzoekster ongegrond en bevestigde het besluit van het UWV.
In hoger beroep verzocht verzoekster om een voorlopige voorziening om de uitkering met terugwerkende kracht te hervatten, stellende dat zij financieel in nood verkeert. De voorzieningenrechter beoordeelde dit verzoek aan de hand van de criteria voor onverwijlde spoed en spoedeisend belang zoals neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een spoedeisend financieel belang. Zij woont tijdelijk bij haar ouders en wordt door hen onderhouden, is gehuwd, maar heeft niet kunnen aantonen dat zij financiële ondersteuning van haar echtgenoot ontvangt. Ook was onduidelijk waarom haar aanvragen voor bijstand waren afgewezen.
Gelet op deze omstandigheden en het ontbreken van een zwaarwegend belang, oordeelde de voorzieningenrechter dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen en wees dit af.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.