Uitspraak
OVERWEGINGEN
21 december 2000 die heeft geleid tot een klinische opname op 21 augustus 2009 wegens een persisterende amnestische stoornis door alcohol (syndroom van Korsakov).
Centrale Raad van Beroep
Appellant had aanvankelijk een WAO-uitkering wegens fysieke en psychische klachten, die in 1999 werd ingetrokken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Na meerdere aanvragen en medische beoordelingen weigerde het UWV een nieuwe WAO-uitkering toe te kennen, omdat volgens verzekeringsgeneeskundige rapporten geen sprake was van dezelfde ziekteoorzaak.
Appellant stelde dat zijn toegenomen arbeidsongeschiktheid voortkwam uit dezelfde oorzaak en dat er in 2004 al aanwijzingen waren voor het syndroom van Korsakov. De rechtbank oordeelde echter dat de rapporten zorgvuldig en goed gemotiveerd waren en dat er onvoldoende bewijs was voor een oorzakelijk verband.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en stelde dat het UWV terecht het standpunt handhaafde dat geen sprake was van dezelfde ziekteoorzaak, omdat in 2004 geen cognitieve beperkingen of aanwijzingen voor het syndroom van Korsakov waren vastgesteld. De rechtbank en de Raad zagen geen reden voor nader deskundigenonderzoek of toekenning van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van dezelfde ziekteoorzaak.