ECLI:NL:CRVB:2016:4763

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 november 2016
Publicatiedatum
13 december 2016
Zaaknummer
15/4725 WUV-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding in socialezekerheidszaak ongegrond verklaard

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb), maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het te laat indienen van het beroepschrift. Vervolgens heeft appellante verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

De Centrale Raad van Beroep heeft in haar uitspraak van 22 november 2016 het verzet ongegrond verklaard. De gemachtigde van appellante kon geen toereikende verklaring geven voor de overschrijding van de beroepstermijn van dertien weken met drie dagen. Er waren ook geen andere feiten of omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten.

De Raad zag daarom geen reden om het verzet toe te wijzen en wees tevens een veroordeling in de proceskosten van het verzet af. Daarmee blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het oorspronkelijke beroep in stand.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 22 november 2016
15/4725 WUV-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het geding tussen:
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Duitsland (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: N. Talhaoui
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht van 9 juni 2016 heeft de Raad het beroep van appellante tegen het besluit van de Svb van 3 april 2015
niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
De Raad stelt vast dat de gemachtigde van appellante, G.J.L. van Maarseveen, in verzet geen toereikende verklaring heeft gegeven voor het feit dat de beroepstermijn - van in dit geval dertien weken - met drie dagen is overschreden. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N. Talhaoui (getekend) T.G.M. Simons

SS