ECLI:NL:CRVB:2016:4760

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 december 2016
Publicatiedatum
13 december 2016
Zaaknummer
16/2055 WW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in sociale zekerheidszaak

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar het hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens een te late indiening van het hogerberoepschrift.

Appellant heeft hiertegen verzet aangetekend en een schriftelijke verklaring ingediend. Tijdens de zitting van 22 november 2016 waren partijen niet aanwezig, maar het verzet werd inhoudelijk beoordeeld.

De Raad oordeelde dat appellant niet in verzuim was geweest bij het indienen van het hogerberoepschrift, waardoor het eerdere besluit tot niet-ontvankelijkheid werd vernietigd. Het verzet werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 december 2016.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 december 2016
16/2055 WW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de
rechtbank Noord-Nederland van 18 februari 2016, 14/1627 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 17 augustus 2016 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan en een schriftelijke verklaring ingezonden.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 22 november 2016, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 17 augustus 2016 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
17 augustus 2016 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van N. Talhaoui als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 december 2016.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) N. Talhaoui

TM