ECLI:NL:CRVB:2016:4708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wegens ontbreken noodzakelijke verhuizing
Appellant, bijstandontvanger op grond van de Participatiewet, verzocht om bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten vanwege een verhuizing naar een nieuwe woning. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg wees dit verzoek af omdat de kosten tot de algemene bestaanskosten behoren en geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het college geen zorgvuldig onderzoek had verricht en dat er sprake was van een medische noodzaak tot verhuizing vanwege psychische klachten door een burenruzie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college wel degelijk zorgvuldig onderzoek had gedaan, onder meer door contact met diverse instanties. De medische verklaringen toonden geen dringende acute noodzaak voor verhuizing aan en appellant had al lange tijd kunnen reserveren voor de inrichtingskosten. Daarom zijn de kosten niet voortvloeiend uit bijzondere omstandigheden.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.