ECLI:NL:CRVB:2016:4522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit korpschef over toekenning LFNP-functie zonder onbillijkheid of gelijke gevallen
Appellant, sinds 2006 gedetacheerd bij het Korps Landelijke Politiediensten, betoogde dat hij gelijk behandeld moest worden als zijn opvolger M, die zonder verzoek was geplaatst in een hogere LFNP-functie. De korpschef had appellant echter geplaatst in een lagere LFNP-functie, conform de Regeling overgang naar een LFNP functie en de transponeringstabel.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de matching van appellant in overeenstemming was met de regeling en dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die een onbillijkheid van overwegende aard of bijzondere situatie rechtvaardigden. De hardheidsclausule was niet bedoeld voor het meenemen van werkzaamheden waarvoor functieonderhoud niet was gevraagd.
Verder werd vastgesteld dat appellant niet in gelijke gevallen kon worden gesteld met zijn opvolger, omdat hij de functie niet feitelijk vervulde in de referteperiode. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.