ECLI:NL:CRVB:2016:4446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand met terugwerkende kracht en afwijzing bijzondere bijstand verzendkosten
Appellant ontvangt sinds februari 2013 bijstand op grond van de WWB. Het college heeft de bijstand met ingang van november 2013 ingetrokken en beëindigd, wat door de Raad deels is herroepen. Appellant vroeg bijstand aan met ingang van september 2012, maar het college wees dit met terugwerkende kracht af. Tevens vroeg appellant bijzondere bijstand aan voor legeskosten en verzendkosten, welke aanvragen werden afgewezen.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de besluiten ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het college de juridische grondslag van de afwijzing van bijzondere bijstand mocht wijzigen zonder dat sprake was van een ingrijpende verandering. Het bezwaar tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor verzendkosten werd niet-ontvankelijk verklaard.
In hoger beroep stelt appellant dat hij recht heeft op bijstand vanaf september 2012 omdat hij zich toen bij het Werkplein meldde voor hulp bij het vinden van werk. De Raad oordeelt dat dit geen aanvraag om bijstand is en dat geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld die een afwijking rechtvaardigen. Ook wijst de Raad het beroep af tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor legeskosten en verzendkosten, waarbij het college appellant een postzegel ter compensatie heeft toegestuurd.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bestreden besluiten worden bevestigd.