ECLI:NL:CRVB:2016:4433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reiskosten begrafenis familielid
Appellant, een bijstandsgerechtigde, had bijzondere bijstand aangevraagd voor reiskosten naar de uitvaart en crematie van zijn oom, alsmede voor de kosten van een bloemtak. Het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen wees deze aanvragen af omdat de kosten werden beschouwd als incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die uit het normale inkomen moeten worden voldaan. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de reiskosten niet tot de algemeen noodzakelijke kosten behoren en verwees naar het beleid van een andere gemeente die dergelijke kosten wel vergoedt. De Raad overwoog dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld dat de reiskosten naar de uitvaartplechtigheid en het tekenen van het condoleanceregister wel degelijk incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten zijn. Het beleid van een andere gemeente is niet bindend voor het college van Hoogeveen, zeker nu appellant en zijn oom familie in de derde graad zijn.
De Raad concludeerde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die het oordeel van de rechtbank onjuist maken. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijzondere bijstand voor reiskosten naar de begrafenis.