Uitspraak
20 september 2012, 11/2091 en 11/2092 (aangevallen uitspraak)
CIZ
OVERWEGINGEN
3 januari 2011.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, bekend met diverse chronische aandoeningen, vroeg verlenging van AWBZ-zorg aan voor persoonlijke verzorging en begeleiding. Het CIZ wees de aanvraag af, waarna appellante bezwaar maakte. Bij besluit van 22 april 2011 werd het bezwaar deels gegrond verklaard en werd een indicatie voor persoonlijke verzorging klasse 1 toegekend.
Appellante had geweigerd het CIZ toestemming te geven contact op te nemen met haar artsen, waardoor zij zelf het inzage- en blokkeringsrecht op medische adviezen niet kon uitoefenen. De Raad oordeelde dat dit recht geschonden was, waardoor de medische adviezen niet in de beoordeling konden worden betrokken.
Desondanks vond de Raad geen grond om te oordelen dat appellante tekort was gedaan met de toegekende indicatie klasse 1. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Vergoeding van schade werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de indicatie persoonlijke verzorging klasse 1 blijft van kracht.