ECLI:NL:CRVB:2016:4341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant verhuisde in december 2014 na het verbreken van zijn relatie en vroeg bijzondere bijstand aan voor woninginrichting en woonlasten. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvragen af, stellende dat deze kosten tot de algemeen noodzakelijke kosten behoren en uit eigen inkomen moeten worden betaald. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat verhuiskosten in principe uit het inkomen op bijstandsniveau moeten worden betaald, tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen. Appellant stelde dat hij niet kon reserveren vanwege de onverwachte verhuizing en onvoldoende bijstand, maar maakte dit niet aannemelijk. De Raad vond dat appellant sinds 2012 voldoende tijd had om te reserveren en dat de stelling dat de ex-partner geen ruimte gaf om te reserveren onvoldoende was.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.