ECLI:NL:CRVB:2016:4331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft na het overlijden van haar echtgenoot een aanvraag ingediend voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde deze uitkering toe te kennen omdat appellante niet voldeed aan de arbeidsongeschiktheidseis van minimaal 45%.
Na bezwaar en medisch-arbeidskundig onderzoek door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd bevestigd dat appellante niet arbeidsongeschikt is in de zin van de ANW. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij met haar beperkingen in staat was om ten minste 55% van het loon van gezonde personen te verdienen.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep zich aangesloten bij de overwegingen van de rechtbank. De Raad achtte het medisch en arbeidskundig onderzoek van het Uwv betrouwbaar en vond geen aanleiding om te twijfelen aan de vastgestelde beperkingen. Appellante voldeed daarom niet aan de voorwaarden voor een nabestaandenuitkering. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de nabestaandenuitkering bevestigd.