Uitspraak
16 maart 2015, 14/752 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft tegen het besluit van het UWV, waarin haar arbeidsongeschiktheidspercentage werd vastgesteld op 40,18%, beroep ingesteld. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde dit beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische gegevens en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) betrouwbaar waren.
Appellante voerde aan dat zij door reuma, COPD en verminderd gezichtsvermogen meer beperkingen ondervindt dan vastgesteld, en dat de voorgelegde voorbeeldfuncties niet geschikt zijn. De rechtbank volgde dit niet, mede omdat er geen medische gegevens waren die tot een ander oordeel noodzaakten.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft alle klachten van appellante betrokken bij zijn beoordeling en concludeerde dat de FML correct is. Ook de adviezen van de reumatoloog en revalidatiearts leiden niet tot een andere inschatting van de belastbaarheid.
De Raad is van oordeel dat appellante in staat is de voorbeeldfuncties te verrichten die door de arbeidsdeskundigen zijn voorgehouden. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep van appellante af.