ECLI:NL:CRVB:2016:4326
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening ontslag politieambtenaar wegens plichtsverzuim
Betrokkene, werkzaam bij de politie sinds 2008, kreeg op 9 april 2015 ontslag opgelegd wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Verzoeker, de korpschef, verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank vernietigde echter het ontslagbesluit en het bezwaarbesluit, oordeelde dat het ontslag niet evenredig was en hield rekening met de PTSS van betrokkene en eerdere burn-out, waardoor sprake was van verminderde verwijtbaarheid.
Verzoeker stelde hoger beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening om de werking van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter overwoog dat onverwijlde spoed vereist is voor het treffen van een voorlopige voorziening, hetgeen in dit geval ontbrak. Betrokkene is arbeidsongeschikt vanwege PTSS en bereid om niet in zijn functie terug te keren totdat het hoger beroep is behandeld.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het spoedeisend belang ontbrak en wees het verzoek af. Tevens werd verzoeker veroordeeld tot betaling van de proceskosten van betrokkene. De uitspraak werd gedaan op 14 november 2016 door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.