Uitspraak
16 maart 2016, 15/683 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante stelde beroep in tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) waarin werd bepaald dat de nabestaandenuitkering niet langer wordt aangepast aan het kostenniveau van het woonland. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de beroepstermijn. Appellante voerde aan dat zij het besluit pas laat ontving door problemen met de postbezorging, maar kon dit niet objectief aantonen omdat de ingediende stukken niet vertaald waren en onvoldoende bewijs vormden.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar de Raad oordeelde dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding zoals bedoeld in artikel 6:11 Awb Pro. Er werden geen nieuwe objectieve gegevens overgelegd die haar verwijt voor de overschrijding konden wegnemen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 11 november 2016 door rechter L. Koper.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.