Uitspraak
2 april 2015, 14/4227 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering die door het UWV is afgewezen op grond van een zorgvuldig uitgevoerd verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en ook in hoger beroep wordt deze beslissing bevestigd.
Appellante stelde dat haar psychische beperkingen waren onderschat en dat het onderzoek onzorgvuldig was, mede omdat het psychologisch onderzoek onduidelijk was en het rapport van een register-psycholoog niet was overgenomen. Tevens voerde zij aan dat haar begeleidingsbehoefte en beperkingen bij conflicthantering en samenwerken onvoldoende waren meegenomen.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek volledig en zorgvuldig was, met voldoende gegevens om de beperkingen te bepalen. De psycholoog-rapportage werd niet gedeeld door de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die geen aanwijzingen voor een psychische stoornis vond. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft toegelicht dat de functies die weinig variatie kennen passend zijn gezien de begeleidingsbehoefte van appellante. De Raad zag geen reden tot aanpassing van de Functionele Mogelijkhedenlijst.
Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.