ECLI:NL:CRVB:2016:4308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens ontbreken alimentatieplicht
Appellante heeft een ANW-uitkering aangevraagd na het overlijden van haar voormalige echtgenoot, maar kon niet aantonen dat hij verplicht was haar levensonderhoud te verschaffen. Hoewel zij stelde recht te hebben op alimentatie en arbeidsongeschikt te zijn, kon zij dit niet met schriftelijke bewijzen onderbouwen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende medisch onderzoek, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat onvoldoende vaststond dat appellante als nabestaande in de zin van de ANW kon worden aangemerkt. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellante niet voldeed aan artikel 4 van Pro de ANW, omdat de alimentatieplicht niet kon worden aangetoond met de vereiste officiële documenten.
De Raad oordeelde dat brieven van de Raad voor de Kinderbescherming en de gemeente Roosendaal niet voldoen als bewijs van alimentatieplicht. De vraag over de mate van arbeidsongeschiktheid werd daarom niet meer behandeld. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, en de weigering van de ANW-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de ANW-uitkering wegens het ontbreken van bewijs voor alimentatieplicht.