ECLI:NL:CRVB:2016:4304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische grondslag
Appellante is sinds 1990 arbeidsongeschikt verklaard vanwege ernstige hoofdpijnklachten en heeft vanaf 1991 een WAO-uitkering ontvangen. In de loop der jaren is haar arbeidsongeschiktheid steeds vastgesteld tussen 80 en 100%. Na een herbeoordeling in 2013 stelde het UWV dat appellante geschikt was voor bepaalde functies en trok de WAO-uitkering in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen, met name haar hoofdpijnklachten, ernstiger waren dan vastgesteld en dat haar belastbaarheid niet was veranderd. De Raad benoemde een onafhankelijke neuroloog als deskundige, die concludeerde dat de hoofdpijnklachten binnen het migrainespectrum vielen en dat neurologisch gezien geen beperkingen opgelegd hoefden te worden.
De Raad volgt het deskundigenrapport omdat het zorgvuldig en consistent is en appellante geen bezwaren tegen het rapport heeft ingebracht. De functionele mogelijkhedenlijst van april 2013 wordt onderschreven en de belastbaarheid van appellante wordt niet overschreden door de aan haar toegedachte functies. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens voldoende medische grondslag.