ECLI:NL:CRVB:2016:4231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling gemeente Rotterdam in proceskosten na intrekking hoger beroep WWB
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake de Wet werk en bijstand (WWB). Op 18 april 2016 trok het college het hoger beroep in. Namens de betrokkenen werd verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. Het college werd veroordeeld in de kosten die de betrokkenen redelijkerwijs hebben moeten maken, begroot op €992 voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
De rechtbank had het college reeds veroordeeld tot vergoeding van kosten in bezwaar en beroep. De uitspraak werd gedaan door rechter E.C.R. Schut, met griffier E. Blijleven-de Vries, op 8 november 2016.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is veroordeeld tot betaling van €992 aan proceskosten aan de betrokkenen.