ECLI:NL:CRVB:2016:42
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstand wegens onvoldoende bewijs feitelijk verblijf in gemeente Utrecht
Appellant verzocht om bijstand bij het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, maar dit werd geweigerd omdat hij niet ingeschreven stond in de gemeente Utrecht en onvoldoende bewijs leverde van feitelijk verblijf.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet voldeed aan de inlichtingenplicht en onvoldoende concrete gegevens over zijn verblijfplaats had verstrekt, ondanks herhaalde verzoeken.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, maar leverde geen nieuw bewijs. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de eerdere toekenning van bijstand na 9 september 2014 niet relevant was voor de periode van 30 januari 2014.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijstand wegens onvoldoende bewijs van feitelijk verblijf in de gemeente Utrecht.