ECLI:NL:CRVB:2016:4153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijke woon- en leefsituatie
Appellante vroeg bijstand aan per 6 mei 2014, maar het college twijfelde aan haar woon- en leefsituatie na een intakegesprek en schakelde de sociale recherche in. Deze voerde onderzoek uit, waaronder huisbezoeken en dossieronderzoek, en rapporteerde onduidelijkheden en tegenstrijdigheden.
Het college wees de aanvraag af omdat appellante onjuiste en tegenstrijdige informatie had verstrekt en haar inlichtingenverplichting had geschonden door geen informatie te geven over een persoon die bij haar verbleef. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante niet de vereiste openheid had gegeven.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel alle benodigde informatie had verstrekt en dat zij niet kon verklaren over de aanwezigheid van de kennis vanwege diens voortdurende aanwezigheid. De Raad oordeelde dat deze stelling niet strookt met het onderzoek en dat appellante geen nieuwe informatie had gegeven.
Verder werd geoordeeld dat het college voldoende gelegenheid had geboden tot hoor en wederhoor. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onduidelijke en tegenstrijdige woon- en leefsituatie wordt bevestigd.