ECLI:NL:CRVB:2016:4087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onduidelijk verblijfadres en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet en zijn op 23 juli 2015 uit hun woning gezet. Het college van burgemeester en wethouders van Oss trok hun bijstand per 24 juli 2015 in omdat appellanten geen vaste verblijfplaats hadden en hun woonadres niet hadden doorgegeven. Appellanten boden aan zich dagelijks te melden en voerden aan dat het doorgeven van verblijfadressen van vrienden en familie een inbreuk op privacy zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat de inlichtingenplicht vereist dat belanghebbenden juiste en volledige informatie over hun woonadres verstrekken, ook als dit wisselende adressen betreft. Het enkele feit dat appellanten hoofdzakelijk in een bepaalde gemeente verbleven, voldeed niet aan deze verplichting.
De Raad verwierp het privacyverweer omdat appellanten zich niet kunnen beroepen op het recht op bescherming van het privéleven van anderen en omdat het college controleerbare gegevens nodig heeft om het recht op bijstand vast te stellen. Het aanbod van dagelijkse meldingen was onvoldoende om de onduidelijkheid weg te nemen. Daarom was het college terecht gehouden de bijstand in te trekken. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd vanwege schending van de inlichtingenplicht over het woonadres.