ECLI:NL:CRVB:2016:4028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering voorschot bijstand na afwijzing aanvraag WWB
Appellant heeft op 26 maart 2014 bijstand aangevraagd en een voorschot ontvangen. Het college wees de aanvraag bij besluit van 21 augustus 2014 af, waartegen appellant geen bezwaar maakte. Vervolgens vorderde het college bij besluit van 15 september 2014 het voorschot van €694,87 terug. Appellant maakte bezwaar tegen dit terugvorderingsbesluit, maar niet tegen de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit ook als bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag had moeten worden beschouwd, en dat de gescheiden besluiten misleidend waren en in strijd met het motiveringsbeginsel. De Raad oordeelde dat het bezwaar te laat was ingediend voor het afwijzingsbesluit en dat het college niet verplicht was beide besluiten te combineren. Bovendien was er geen onredelijke vertraging en was appellant op de hoogte gesteld van de terugvordering.
De Raad concludeerde dat de besluiten afzonderlijk zijn met verschillende rechtsgronden en dat het hoger beroep faalt. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het terugvorderingsbesluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.