ECLI:NL:CRVB:2016:3976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende financiële duidelijkheid
Appellante diende op 20 november 2014 een aanvraag voor bijstand in met terugwerkende kracht tot 28 oktober 2014. Het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom weigerde de aanvraag bij besluit van 14 januari 2015, omdat appellante niet voldeed aan haar inlichtingenverplichting over haar financiële situatie, met name over kasstortingen op haar bankrekening.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat nadere inlichtingen over kasstortingen noodzakelijk waren. De Raad stelde vast dat tussen partijen niet in geschil was dat er kasstortingen tot een totaal van €7.850,- waren gedaan, maar dat appellante onvoldoende duidelijkheid gaf over de herkomst daarvan.
Hoewel appellante verklaringen overlegde voor bedragen van haar moeder, oma en verhuurder, ontbrak het aan controleerbare bewijsstukken, behalve voor een lening van haar oom die per bank was overgemaakt. De Raad concludeerde dat appellante haar inlichtingenverplichting niet was nagekomen en dat het recht op bijstand daardoor niet kon worden vastgesteld.
Het hoger beroep werd afgewezen, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er was geen aanleiding voor veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende financiële duidelijkheid.