ECLI:NL:CRVB:2016:3745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit minister tot onthouden periodieke salarisverhoging wegens onvoldoende functioneren
Appellant, werkzaam bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, kreeg op 30 juni 2014 een besluit van de minister waarbij een periodieke salarisverhoging werd onthouden wegens op gezette tijden onacceptabel gedrag. Dit besluit volgde op functioneringsgesprekken van 7 november 2013 en 21 mei 2014 waarin kritiek werd geuit op het emotionele gedrag van appellant en het niet accepteren van het gezag van de leidinggevende.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 19 januari 2015 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep betwist appellant deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het oordeel van het bevoegd gezag over het functioneren van appellant voldoende is onderbouwd met concrete voorbeelden uit de gespreksverslagen en mailwisselingen. De problemen in de communicatieve sfeer waren appellant bekend en de gestelde animositeit tussen appellant en zijn leidinggevende is niet gebleken. Ook zijn er geen tekortkomingen in de vastlegging van de functioneringsgesprekken die het besluit zouden ondermijnen.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit rechtmatig is genomen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot onthouden van de salarisverhoging wordt bevestigd.