ECLI:NL:CRVB:2016:3730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- A. Stehouwer
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand sinds 2005 als alleenstaande ouder en woonde met haar drie kinderen op een adres. De vader van de kinderen stond sinds 2011 ingeschreven op een ander adres. Na een melding over samenwoning voerde de sociale recherche een onderzoek uit, waaronder dossieronderzoek, huisbezoeken en het opvragen van verbruiksgegevens. Het college besloot de bijstand over de periode 2012-2014 in te trekken en terug te vorderen wegens het verzwegen samenwonen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij niet samenwoonde met de vader, dat zij geen hoofdverblijf deelde en dat haar verklaringen onder druk waren afgelegd. De Raad oordeelde dat het college voldoende feiten en omstandigheden had verzameld, waaronder verklaringen, energieverbruik en politiegegevens, die samenwoning aannemelijk maken.
De Raad verwierp het verweer dat de verklaringen onder druk waren afgelegd en bevestigde dat appellante gebonden is aan haar ondertekende verklaringen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding.