Uitspraak
OVERWEGINGEN
nabestaanden- en een halfwezenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aan haar toe te kennen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaanden- en halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot op 2 april 2014. De echtgenoot ontving een AOW-pensioen, maar was niet verzekerd voor de ANW op het moment van overlijden.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was krachtens de ANW, een beslissing die door de rechtbank werd bevestigd. Appellante stelde in hoger beroep dat haar ziekte en gebrek aan inkomsten haar recht op uitkering rechtvaardigden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de echtgenoot niet verzekerd was volgens artikel 13 ANW Pro, omdat hij in Marokko woonde en niet in Nederland werkte. Ook was hij niet vrijwillig verzekerd en niet verzekerd op grond van het Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden volksverzekeringen 1999. Daarnaast was hij niet verzekerd volgens de Marokkaanse wetgeving, waardoor ook op grond van internationale verdragen geen recht op uitkering bestaat.
De Raad bevestigde daarom het eerdere oordeel en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op nabestaanden- en halfwezenuitkering omdat haar echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW.