ECLI:NL:CRVB:2016:3685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake toepassing vertrouwensbeginsel en hardheidsclausule bij LFNP-indeling
Betrokkene was per 31 december 2009 ingeschaald als Adjunct medewerker dienstverlening en advies in salarisschaal 6, met toevoeging van specifieke werkzaamheden in 2011. Op 16 december 2013 werd zij ingedeeld in de LFNP-functie Administratief Secretarieel Medewerker, eveneens in salarisschaal 6. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze indeling, stellende dat zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een hogere inschaling gelijk aan collega’s in vergelijkbare functies in andere regio’s. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarbij appellant werd opgedragen opnieuw te beslissen.
In hoger beroep betoogde appellant dat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan die een gerechtvaardigd vertrouwen kon wekken en dat het LFNP in 2011 nog in ontwikkeling was. Betrokkene verwees naar toezeggingen van de toenmalige korpsleiding en een brief uit 2014 waarin zij om herziening van haar uitgangspositie verzocht. De Raad oordeelde dat de brief en toezeggingen geen uitdrukkelijke, onvoorwaardelijke toezeggingen waren en dat het vertrouwen niet gerechtvaardigd was.
Het nader besluit, waarin betrokkene werd ingedeeld in salarisschaal 7, werd mede betrokken in de beoordeling. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en vernietigde het nader besluit wegens het ontbreken van een grondslag. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het LFNP-besluit wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.