Uitspraak
15.7364 WWB
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het dagelijks bestuur in de proceskosten van appellant tot een bedrag van
- bepaalt dat het dagelijks bestuur aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bij het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek bezwaar gemaakt tegen een besluit van 23 januari 2012 inzake bijstand en een opgelegde maatregel. Het dagelijks bestuur achtte het bezwaar ingetrokken na overleg en een e-mail van een medewerker van de Stichting Schuldhulp Duin- en Bollenstreek, hoewel geen officiële machtiging was overgelegd.
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn, omdat zij het besluit van 30 mei 2012 als beslissing op het bezwaar aanmerkte. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het dagelijks bestuur niet zonder officiële machtiging het bezwaar mocht beschouwen als ingetrokken en dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 30 mei 2012 als beslissing op bezwaar heeft aangemerkt. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is echter onredelijk laat ingediend, omdat appellant sinds 30 mei 2012 wist dat er geen beslissing zou volgen en geen geldige reden voor de vertraging gaf.
Daarom verklaart de Raad het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt het dagelijks bestuur in de proceskosten van appellant. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke late indiening.