Uitspraak
13 november 2015, 15/4347 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
[naam 1] en [naam 2] .
[naam 3] is voor het jaar 2012 geen bijdrage ingehouden en hoeft dan ook geen bijdrage door het Zorginstituut te worden terugbetaald.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen de definitieve jaarafrekening van het Zorginstituut over 2012, omdat hij ten onrechte Zvw-bijdragen betaalde voor zijn gehuwde kinderen die in hun eigen onderhoud voorzien. Het Zorginstituut heeft dit bezwaar gegrond verklaard, het besluit herroepen en de jaarafrekening herzien tot een lager bedrag.
Daarnaast heeft het Zorginstituut ambtshalve eerdere jaarafrekeningen over 2006 tot en met 2011 en 2013 herzien en teveel betaalde bijdragen met rente terugbetaald. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat het Zorginstituut volledig aan zijn bezwaren tegemoet was gekomen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn vordering tot terugbetaling van bijdragen voor zijn kinderen vanaf specifieke data. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant geen procesbelang meer heeft, bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het Zorginstituut volledig aan de bezwaren tegemoet is gekomen.