ECLI:NL:CRVB:2016:3319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.H.M. van de Ven
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet verstrekken verifieerbare gegevens verbouwingskosten woning
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en betrok een huurwoning die zij zelf wilde verbouwen. Na een anonieme tip startte het college een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Uit het onderzoek bleek dat de verbouwingskosten aanzienlijk waren, terwijl appellante slechts beperkte middelen beschikte en geen verifieerbare gegevens over de financiering kon overleggen.
Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug over de periode van 16 juni 2011 tot 22 oktober 2012. Appellante voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat zij de inlichtingenverplichting niet had geschonden en dat de verbouwingskosten lager waren dan vastgesteld. Zij stelde dat haar overleden vader, haar ex-partner en diens vader de verbouwing hadden uitgevoerd en gefinancierd.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende objectieve en verifieerbare gegevens had verstrekt om de omvang en financiering van de verbouwing te onderbouwen. De verklaringen van betrokkenen werden niet als betrouwbaar geacht vanwege fysieke beperkingen en gebrek aan financiële middelen. Daarom werd de inlichtingenverplichting als geschonden beschouwd, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet verstrekken van verifieerbare gegevens over de verbouwingskosten.