ECLI:NL:CRVB:2016:3312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.H.M. van de Ven
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Geen bijstand met terugwerkende kracht toegekend aan appellante
Appellante ontving sinds 1998 bijstand en kreeg deze per 1 mei 2012 ingetrokken. Na meldingen in april en mei 2014 werd zij niet in staat gesteld om een aanvraag in te dienen, maar uiteindelijk wel vanaf 20 mei 2014 bijstand toegekend. Appellante maakte bezwaar tegen de ingangsdatum van de bijstand en verzocht om een eerdere datum.
Het dagelijks bestuur verklaarde het bezwaar deels gegrond maar handhaafde de ingangsdatum. Appellante diende aanvragen in voor bijstand met ingang van 1 april en 8 mei 2014, die werden afgewezen. Zowel de rechtbank als de Raad bevestigden deze besluiten.
In hoger beroep stelde appellante dat de ingangsdatum eerder had moeten zijn, maar de Raad volgde de eerdere oordelen en wees het hoger beroep af. Ook het verzoek tot vergoeding van schade wegens de vertraging werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 september 2016.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.