ECLI:NL:CRVB:2016:3146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor aanschaf wasmachine met geleend geld
Appellant, die een uitkering ontvangt op grond van de IOAW, vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van een nieuwe wasmachine. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af omdat appellant de wasmachine met geleend geld had aangeschaft, waardoor geen noodzaak voor bijzondere bijstand bestond.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat reparatie duurder zou zijn dan aanschaf en dat een wasmachine een primaire levensbehoefte is, waardoor spoedige aanschaf noodzakelijk was.
De Raad overwoog dat bijzondere bijstand alleen kan worden toegekend voor noodzakelijke kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en die niet uit het inkomen, vermogen of een lening kunnen worden voldaan. Omdat appellant de kosten al had gemaakt en voldaan via een lening, was er volgens vaste rechtspraak geen recht op bijzondere bijstand.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.