ECLI:NL:CRVB:2016:3140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij achterstallige huur
Verzoeker, die sinds 2011 bijstand ontving en sinds februari 2015 geen bijstand meer ontvangt, heeft een aanvraag om bijstand afgewezen gekregen omdat hij volgens het college geen zelfstandig subject van bijstand is. Verzoeker woont sinds 2014 op een kamer en huurt deze van een derde. Na afwijzing van bezwaar door het college heeft verzoeker hoger beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om een voorlopige voorziening en stelde vast dat het spoedeisend belang niet voldoende was aangetoond. Hoewel verzoeker stelde dat hij achterstallige huur heeft en geen inkomen, bleek niet dat er een dreigende huisuitzetting of afsluiting van nutsvoorzieningen was. Verzoeker heeft sinds de intrekking van de bijstand blijkbaar in zijn levensonderhoud voorzien, onder andere door leningen, maar dit is niet onderbouwd.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen onomkeerbare situatie dreigt en dat het belang van verzoeker niet zo zwaarwegend is dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.