ECLI:NL:CRVB:2016:3060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, voormalig tomatenplukker, meldde zich ziek vanwege lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de WIA-uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten onvoldoende waren meegewogen, onder meer vanwege vermoeidheid door medicatie en het gebruik van een TENS-apparaat. De Raad concludeerde dat het UWV terecht rekening had gehouden met deze factoren en dat de medische beoordeling betrouwbaar was. Het TENS-gebruik was bekend en passend verwerkt in de beperkingen, waarbij van appellant verwacht mocht worden dat hij het gebruik aanpaste aan werktijden.
De Raad volgde het oordeel dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren, ook waar het samenwerken betrof, omdat dit in eenvoudige productiefuncties mogelijk is. Er was geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.