ECLI:NL:CRVB:2016:296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant had aanvankelijk recht op een WGA-uitkering wegens 100% arbeidsongeschiktheid per 19 november 2008. Het UWV trok deze uitkering in per 21 april 2011 omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar en beroep werd de Functionele Mogelijkhedenlijst aangepast, maar de mate van arbeidsongeschiktheid bleef ongewijzigd onder 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat een andere psychiater een ernstiger diagnose stelde en dat hij niet in staat was de geselecteerde functies te vervullen. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die een uitgebreid psychiatrisch en psychologisch onderzoek uitvoerde. Deze concludeerde dat appellant waarschijnlijk lichte zwakzinnigheid en diverse psychische stoornissen had, maar dat de belastbaarheid per 20 april 2011 niet met zekerheid vast te stellen was.
De Raad volgde het deskundigenrapport omdat dit zorgvuldig, inzichtelijk en consistent was. De medische grondslag van het bestreden besluit werd onderschreven. Er waren geen medische redenen om de geselecteerde functies als ongeschikt te beschouwen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.