ECLI:NL:CRVB:2016:2735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor reeds aangeschafte wasmachine
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Arnhem om bijzondere bijstand voor de aanschaf van een nieuwe wasmachine. Het college wees dit verzoek af, omdat de kosten van een wasmachine tot de algemene kosten van het bestaan behoren en appellante de wasmachine al had aangeschaft vóór de aanvraag, waardoor de noodzaak voor bijzondere bijstand ontbrak.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat bijzondere bijstand niet wordt verleend voor kosten die zijn gemaakt vóór de datum van de melding, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij pas na vaststelling door een monteur dat de wasmachine niet meer te repareren was, een nieuwe had gekocht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze gronden een herhaling waren van eerdere stellingen en dat appellante niet had aangetoond waarom het oordeel van de rechtbank onjuist was. De Raad bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.