ECLI:NL:CRVB:2016:2648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij bijstandsaanvraag
Appellant heeft op 29 augustus 2012 bijstand aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, welke aanvraag op 4 september 2012 werd afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd op 16 oktober 2012 ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Op 9 mei 2016 heeft het college een nieuw besluit genomen waarbij het oorspronkelijke besluit van 4 september 2012 impliciet werd herroepen en appellant bijstand werd verleend over de periode van 29 augustus 2012 tot en met 28 februari 2013. Appellant gaf vervolgens aan tevreden te zijn met dit nieuwe besluit en wenste het hoger beroep alleen voort te zetten om een vergoeding van proceskosten te verkrijgen.
De Raad oordeelde dat appellant geen procesbelang had bij het hoger beroep omdat hij geen oordeel wenste over de aangevallen uitspraak. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Omdat het college volledig tegemoet was gekomen aan het beroep, veroordeelde de Raad het college in de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €1.488,-, en bepaalde dat het betaalde griffierecht van €160,- werd vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.