ECLI:NL:CRVB:2016:2607

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 juni 2016
Publicatiedatum
12 juli 2016
Zaaknummer
15/6393 AW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet betalen griffierecht in hoger beroep bestuursrecht

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was voldaan.

In het verzet stelde de gemachtigde van appellante dat het onrechtvaardig en principieel onjuist was dat appellante een aanzienlijk griffierecht moest betalen om een evident onjuiste uitspraak te laten toetsen door de hogerberoepsrechter. De Raad oordeelde dat in het verzet geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen.

Ook een beroep op betalingsonmacht werd niet tijdig gedaan binnen de daarvoor gestelde termijn. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 juni 2016.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.

Uitspraak

Datum uitspraak: 28 juni 2016
15/6393 AW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 12 augustus 2015, 15/1574 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: N. Talhaoui
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 10 maart 2016 heeft de Raad het namens appellante door
mr. B.G. Ronteltap ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In verzet heeft de gemachtigde van appellante aangevoerd dat het niet rechtvaardig en principieel onjuist is dat appellante een aanzienlijk bedrag aan griffierecht moet betalen om een evident onjuiste uitspraak aan het oordeel van de hogerberoepsrechter te onderwerpen.
De Raad is van oordeel dat in verzet geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Voor zover zij een beroep op betalingsonmacht heeft willen doen, is een daartoe strekkend verzoek niet gedaan binnen de termijn waarbinnen het griffierecht moest worden voldaan.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N. Talhaoui (getekend) T.G.M. Simons

TM