Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen trok bij besluit van 4 juli 2013 de bijstand over een eerdere periode in en vorderde terugbetaling wegens het niet melden van middelen. Appellant diende bezwaar in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij het besluit niet had ontvangen, waardoor de bezwaartermijn niet was aangevangen. De Raad toetste dit aan de hand van de Awb en vaste jurisprudentie over bekendmaking en ontvangst van besluiten.
Het college kon niet aannemelijk maken dat het besluit aangetekend was verzonden of dat het een verzendadministratie had. De verwijzing naar het besluit in een ander besluit was onvoldoende voor bekendmaking. De Raad oordeelde dat de bezwaartermijn pas begon na ontvangst van het besluit en dat het bezwaar tijdig was ingediend.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en droeg het college op een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens werden proceskosten aan appellant toegekend en werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; het college dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen.