ECLI:NL:CRVB:2016:2582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft incidenteel hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. In dit geval bevatte het beroepschrift geen gronden.
Appellant werd bij brief van 18 december 2015 in de gelegenheid gesteld om dit verzuim binnen vier weken te herstellen, maar liet deze termijn ongebruikt voorbijgaan. Vervolgens ontving appellant bij aangetekende brief van 18 januari 2016 nogmaals een termijn van vier weken om de beroepsgronden in te dienen, met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-ontvankelijkheid.
Ook deze termijn werd niet benut. Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim kunnen verontschuldigen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk en wordt de zaak zonder inhoudelijke behandeling beslist. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het incidenteel hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van beroepsgronden binnen de gestelde termijnen.