ECLI:NL:CRVB:2016:258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- C.H. Bangma
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Weigering militair invaliditeitspensioen wegens gebrek aan verband met dienstongeval
Appellant, een voormalig korporaal, liep in 1984 een dienstongeval op waarbij hij tijdens een oefening door een diensthond in zijn rechterkuit werd gebeten en ten val kwam. Hoewel appellant klachten aan zijn linkerknie heeft, wees de minister van Defensie een militair invaliditeitspensioen af omdat de medische onderzoeken geen verband aantonen tussen deze klachten en het dienstongeval.
De minister baseerde zich op adviezen van verzekeringsartsen die concludeerden dat de klachten niet voortkomen uit het ongeval. Appellant voerde aan dat in het proces-verbaal abusievelijk de rechterknie was vermeld in plaats van de linkerknie en dat hij sinds het ongeval klachten aan zijn linkerknie had. De Raad oordeelde echter dat de medische gegevens, waaronder een geneeskundige verklaring en ziekenhuisrapporten, wijzen op een letsel aan de rechterknie.
De Raad concludeerde dat de minister terecht geen verband heeft aangenomen en bevestigde het bestreden besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het militair invaliditeitspensioen wordt geweigerd wegens onvoldoende bewijs van verband met het dienstongeval.