ECLI:NL:CRVB:2016:2401
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening AOW-uitkeringszaak wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam die haar beroep op een AOW-uitkering niet-ontvankelijk had verklaard vanwege overschrijding van de beroepstermijn. De rechtbank had het verzoek tot herziening afgewezen omdat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die aan de wettelijke criteria voor herziening voldoen.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een onherroepelijke uitspraak slechts kan worden herzien indien er feiten of omstandigheden zijn die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, die niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij de indiener, en die bij bekendheid tot een andere uitspraak zouden hebben geleid.
In dit geval heeft appellante geen dergelijke nieuwe feiten of omstandigheden naar voren gebracht, maar slechts een hernieuwde discussie over haar recht op AOW-uitkering willen voeren. De Raad benadrukt dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een nieuwe discussie over de zaak of de juistheid van de uitspraak te openen.
Daarom bevestigt de Centrale Raad van Beroep de afwijzing van het verzoek tot herziening en de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak over het AOW-recht wordt afgewezen en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.