ECLI:NL:CRVB:2016:2387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens ontbreken essentiële gegevens
Appellanten vroegen bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college stelde hun aanvraag buiten behandeling omdat zij niet binnen de gestelde termijn stukken over de hypotheekschuld van hun woning en bankafschriften van twee Duitse rekeningen hadden aangeleverd. Deze gegevens waren van belang voor een juiste beoordeling van de aanvraag.
Appellanten voerden aan dat zij niet over deze gegevens konden beschikken, maar konden dit niet aannemelijk maken. De hypotheek stond mede op naam van appellant, en de bank had geen informatie verstrekt over het alsnog kunnen verkrijgen van de bankafschriften. Ook het argument dat eerdere bijstand op basis van dezelfde gegevens was toegekend, faalde omdat de situatie en gegevens inmiddels waren gewijzigd.
De Raad oordeelde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld conform artikel 4:5 Awb Pro, omdat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren en appellanten niet tijdig aan hun verplichting hadden voldaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot buiten behandeling stellen van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd.