ECLI:NL:CRVB:2016:2214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verplichte AWBZ-verzekering voor inwoner met pensioen uit Nederland en Oostenrijk
Appellant, geboren in Nederland en Oostenrijkse staatsburger, woont sinds 1 januari 2012 in Nederland en ontvangt pensioenen uit zowel Nederland als Oostenrijk. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) verklaarde appellant verplicht verzekerd voor de AWBZ en verplicht tot het afsluiten van een Nederlandse zorgverzekering. Appellant maakte bezwaar en verzocht om een verklaring van niet-verzekerd zijn, wat werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat artikel 23 van Pro Verordening 883/2004 verouderd is en dat hij onjuist werd geïnformeerd. De Svb overhandigde een verklaring van de Oostenrijkse pensioeninstelling dat appellant geen recht heeft op Oostenrijkse verstrekkingen.
De Raad oordeelde dat appellant op grond van artikel 23 van Pro Verordening 883/2004, die pensioenuitkeringen uit meerdere lidstaten regelt, recht heeft op verstrekkingen volgens de Nederlandse wetgeving en niet die van Oostenrijk. Dit geldt ook voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. De Oostenrijkse ziektekostenverzekering doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Appellant is verplicht verzekerd voor de AWBZ en moet een Nederlandse zorgverzekering afsluiten.